NEXT. GENERATION - VADER EN ZOON AMSING

THEO AMSING
AARDAPPELTELER EN VADER
"Mijn opa is in 1957 op dit akkerbouwbedrijf begonnen. Hij teelde geen aardappelen, alleen graan en suikerbieten. Toen mijn vader in de jaren ’70 het bedrijf overnam, heeft hij de pootaardappelteelt opgestart. Hij is toen ook begonnen met traditionele stamselectie. Na het plotselinge overlijden van mijn vader heb ik in 2009 het bedrijf overgenomen en ben ik verder gegaan met de aardappelteelt."
"Het leek er aanvankelijk niet op dat één van onze kinderen het bedrijf zou overnemen. We hebben de eerste jaren van hun leven in het dorp gewoond. Pas toen we in 2012 op de boerderij kwamen wonen, zag je dat er wat veranderde bij Bas. Hij kreeg vrienden die boerenzoons waren, groeide mee met het bedrijf en ging uiteindelijk naar de HAS."
"Dat mijn zoon het bedrijf overneemt, vind ik heel mooi. Ik ben heel trots op hem. Al die dingen die ik niet kan of niet leuk vind, zijn bij hem in goede handen. Als hij geen boer had willen worden, was het uiteraard ook goed geweest. Iedereen moet het beroep kiezen waar hij of zij gelukkig van wordt. Maar ik zie dat hij hier gelukkig is. Ik zie veel van mijn vader terug in mijn zoon. Hij was een echte stamselecteur, en dat zie ik ook in hem."
"De alsmaar groeiende wet- en regelgeving ging me tegenstaan. Je moet als boer alles wat je doet vastleggen. Maar hoe goed je het ook doet, je wordt toch wel gestraft; is het niet door de overheid, dan wel door de burger. Daarbij kwam dat het lastig was om goede medewerkers te vinden. Er was te veel werk voor mij alleen. Dat gevoel zat me een paar jaar geleden zó hoog dat ik heb overwogen een te koop-bord in de tuin te zetten. Het besluit van Bas om boer te worden, heeft me hiervan weerhouden."
"Ik zie de automatisering in de akkerbouw toenemen. De selectierobot komt er aan, en ook op ons bedrijf zorgt een Flikweert voor een verlichting van het leeswerk. Het zijn mooie ontwikkelingen, maar ik vind dat het oude handwerk nodig blijft. Ik blijf voorlopig nog wel in de leeskamer voor de eindcontrole."
"Ons areaal aardappelen is met twee man goed te bolwerken. Maar als ik op termijn een stapje terug ga doen, moet Bas het ook in zijn eentje kunnen redden. Daarom is het goed dat we ons nu al oriënteren op de mogelijkheden voor de toekomst. Daar valt de automatisering onder maar ook het inzetten van luizengaas in de miniknollen. Daar wil Bas volgend jaar mee beginnen. Het brengt misschien iets meer werk met zich mee, maar uiteindelijk heb je hopelijk minder kans op virusbesmettingen, zodat de stammen langer schoon blijven."
BAS AMSING
AARDAPPELTELER EN ZOON
“Als kind had ik niet zo veel met de boerderij omdat het letterlijk wat verder van mij af stond. Toen we hier kwamen wonen, kwam ik natuurlijk iedere dag in aanraking met het bedrijf. En uiteindelijk ben ik een agrarische studie gaan doen. Ik heb in Wageningen gekeken, maar ik sta liever in het veld dan dat ik achter de computer zit. Zo kwam ik terecht op de HAS in Dronten.”
“Het negatieve gevoel van mijn vader heeft me er destijds niet van weerhouden om in het bedrijf te stappen. Natuurlijk, het wordt er niet makkelijker op met al die regels. Maar ik wil me daar niet te druk over maken. Ik heb niet zo’n hekel aan papierwerk en ik kan mij prima redden met de computer, al is het niet mijn hobby. Het liefst ben ik buiten.”
“Mijn vader is de man van de machines, ik ben meer de plantenman. Ik houd mij bijvoorbeeld liever bezig met de selectie en de gewasbescherming, terwijl mijn vader meer het onderhoud op zich neemt. Zo vullen we elkaar perfect aan.”
“Wij streven er naar om een zo hoog mogelijke kwaliteit pootaardappelen af te leveren. Bij voorkeur telen we de miniknollen tot maximaal PB3. Mijn opa was een fanatiek stamselecteur, mijn vader teelde klasse S, en toen ik in het bedrijf kwam merkte ik al snel dat ik daar ook mee verder wilde. Voor mij werkt het beter om een financiële plus te realiseren door de focus op kwaliteit in plaats van het telen van bulk.”
“Wij leggen de lat graag hoog, ook in de aardappelteelt. Je moet jezelf blijven uitdagen. Wij telen dan ook niet de makkelijkste rassen, sommige zijn bijvoorbeeld erg bacteriegevoelig. Maar er is wel vraag naar die rassen. Als het je lukt om met deze rassen goede kwaliteit te leveren, sta je vooraan. Het is topsport.”
“Onze samenwerking gaat heel goed. Het vloekt ook hier wel eens een keer, maar dat hoort er bij. Als mijn ouders over een paar jaar naar het dorp verhuizen, weet ik dat mijn vader nog lang hier wil komen om mij te helpen. Hij is te gedreven om stil te zitten. En daar ben ik blij mee. Samen kunnen we dit bedrijf met deze omvang goed rondzetten.”